Marco Pothuizen blog

Marco Pothuizen blog

Over het blog.

Stukjes vanuit het hart, uit liefde voor de dieren, tegen onrecht of onfatsoen. Soms diepzinnig, een andere keer weer mag het kant noch wal raken. Niets is bedoeld om te kwetsen, maar puur om te vermaken of om over na te denken.

Neem ook eens een kijkje op mijn site.

http://www.marco-pothuizen.nl


Met vriendelijke groet,

Marco

Een verhaal uit het grote kabouterboek.

Goddelijke (on)zinnigheid.Posted by Marco Pothuizen Wed, July 22, 2015 21:31:42

Aan de rand van de vijver stonden ze daar samen naast elkaar. Vader en zoon.
Onbewogen, geconcentreerd tuurden ze naar hun dobbertje waar geen haakje aan zat.
Pa steevast met zijn pijpje scheef in z`n bek, en zoonlief met de meest gelukzalige domme glimlach die een kabouter maar tevoorschijn kan toveren.
“Zeg pa” begon zoonlief Bouter, “vertel me nog eens een verhaal uit het grote kabouterboek.”
-”Ehm, nou vooruit dan maar. Tenslotte valt de schemering in en kunnen we straks weer gaan bewegen. De mensen kijken dan niet meer naar ons om. Ik begin behoorlijk stijf te worden na een dagje voor lul staan hier.”

En zo begon vader Ka na eerst rustig zijn baard in de fik te hebben gezet in plaats van zijn pijp, aan het verhaal over een machtige plensbui die de vijver moet hebben doen overstromen.

“Ooit kreeg een heel belangrijke kabouter die Haon heette een opdracht van een stem die hij in zijn hoofd hoorde. Haon woonde ergens in het godvergeten Midden-Oosten.
'Verzamel van alle dieren van deze planeet een paartje en bouw een grote boot, want er zal een flinke plensbui aan komen.' galmde het tussen zijn oren.
“Krijg nou de tyfus.” mompelde hij.
Zijn vriend Kra en al jaren met èèn been op een stuk stronk geposteerd was, keek hem vreemd aan. Het kostte hem een barst in zijn nek.
“Wat zeg je nu?” vroeg hij Haon.
“Hoezo man !! Heb je het niet gehoord dan? We moeten een boot gaan bouwen en dieren gaan verzamelen!”
Kra dacht er het zijne van, want hij hoorde niemand en niks, behalve een paar blatende stinkende schapen verderop. “Heb je soms weer paddo`s gelikt Haon? Want dit komt erg psychotisch over.
Kabouter Sezom hoorde laatst na het nuttigen van paddestoelen een brandende bramenstruik tegen hem praten. Je zou het neveneffect van dit soort voedsel toch onderhand moeten weten.”
Haon keek nors terug en antwoordde: “Bekijk het dan maar. Dan doe ik alles wel alleen. Ik trek de wijde wereld in en ga van alle soorten twee stuks verzamelen. Knageroes uit Aastralia en wilde tijgers uit Aferika.”
“Je bedoeld kangoeroes uit Australië, en tijgers uit Afrika.” verbeterde Kra hem. “En waar wil je al het hout vandaan halen? We zitten hier in een woestijn man! Iedere dag volop in de zon. Hoe wil je alles te drinken geven? En te eten?”
“Bah jij weet ook alles beter he? Blijf hier maar zitten!” antwoordde Haon licht verhit.

Zo begon Haon aan zijn missie die een goede zonnesteek waardig was. Want de arme stakker besefte niet dat hij door de vele uren in de zon een lichte beschadiging had opgelopen in zijn bovenkamer.
'Eigen schuld' dacht Kra nog. 'Had je je puntmutsje maar niet moeten ruilen tegen een keppeltje.'

Dagenlang zag Kra vanaf de hoge berg met zijn ene been hoe zijn vriend Haon verbeten bezig was met de jacht op konijntjes. Zelfs een paartje van de guitige flaporen kreeg hij niet bijeen.
Maar na drie maanden werd Kra abrupt uit zijn middagdutje gewekt door een enorme overwinningskreet die tussen de bergwanden galmde. Tarzan zou er jaloers op zijn geweest. Haon was er in geslaagd om er twee in te vangen. Helaas bleken het beiden hoog bejaarde mannetjes te zijn...
`Nondejuuuuuuu!!!!´ tierde het vanuit het dal toen Haon hun leutertjes eronder zag bungelen.
Kra deed alsof hij niets hoorde en zag.
'Nog maar een paar duizend soorten te gaan Haon' grinnikte hij.

Haon kreeg uiteindelijk hulp van kabouter Saduj en Dog. Kabouter Dog bood aan om vanaf de heuvel de operatie in goede banen te leiden. Immers, hij had van bovenaf een goed zicht op alles wat er beneden liep. Dog voelde zich altijd goed in zijn vel, zolang hij maar hoog zat. Daar kon hij in alle rust ook wat aan zijn gruwelijke dialect doen, aangezien bijna niemand hem kon verstaan.
Die dag waren de schapen aan de beurt.
Noah en Saduj samen als een team, dreven de schapen op en zetten de achtervolging in.
Weer greep Hoan voor de zoveelste keer mis. Slechts een pluk wol in zijn knuistjes was de oogst.
“Waar is ie heen?” schreeuwde Saduj naar boven.
Dog gaf meteen respons: ”Jó dah liet ie!” [vertaald; kijk daar loopt hij]
Maar dat hoorden de beide kabouters beneden niet. Zij hoorden; 'Jo-de-la-hi-ti'.
Nu weten we dus wie het jodelen heeft uitgevonden. Niet die rare menswezens, maar wij! Het kaboutervolk.

Maandenlang deed Haon zijn best om wat diersoorten te verzamelen. Tot hij het op een dag zat was.
“Dit moet wel genoeg zijn. Tenslotte moet ik ook nog een bootje gaan bouwen.”

Als door een godswonder kwam er ineens een grote kist uit de hemel vallen. Tenminste, zo leek het. Het was echter de kist van een mensen man. Hij kreeg van zijn vrouw Airam te horen dat ze door een goddelijke ingreep ineens zwanger was geworden. Woedend gooide hij het ding in haar richting, omdat hijzelf een jaar op zakenreis was geweest.
“Hallelujaaaa!” riep Hoan na weer een teug uit de karaf met wijn te hebben genomen, en zeer verheugd was met zijn toegeworpen boot.
“Hallelujaaaa!” riep Airam terwijl ze vroom haar handjes ophield naar de hemel.

Hoan begon de dag er op alle paartjes van konijntjes, schildpadden, slangen, hagedisjes en twee lammetjes (aangezien de schapen te snel waren) in de kist te proppen.
“Zo!” zei hij heel voldaan, toen de kist netjes in het vijvertje bleef dreven en niet meteen naar de bodem zonk. “Opdracht uitgevoerd!” Ondertussen wachtte hij op een antwoord dat nooit zou komen. 'Tijd voor een goede paddo! Wellicht ga ik dan weer meer horen.' dacht hij stilletjes.
Het begon langzaam te regenen. Daarna steeds harder en harder. Snel sprong hij in zijn kistje met dieren. De slangen waren inmiddels aan hun konijnenmaaltijd begonnen.

Haon kwam een paar dagen later weer bij op de kabouterintensivecare.
“Echt jongen...nu moet je maar eens wat gezonder gaan leven hoor.” zei de arts. “Je weet dat kabouters alleen maar biologisch voedsel mogen nuttigen vanwege hun gestel. Ik raad je aan om daar per direct mee te beginnen. Anders laat ik 'made in China' op je zolen graveren.”
Nou, dat was wel bijna haast het meest erge wat een kabouter kan overkomen.
Hoan zwoer beterschap, werd vegetariër en at alleen nog maar gezond biologisch voedsel vanaf die dag.

“En zo komt het mijn jongen.” eindigde vader Ka tegen zijn zoon Bouter, “Dat we alleen nog maar gezonde dingen eten, en de dieren en de natuur respecteren.”

---Einde---

-p.s. - Alle overeenkomsten met bijbelse verhalen berusten puur op toevalligheid --



  • Comments(1)//blog.marco-pothuizen.nl/#post102