Marco Pothuizen blog

Marco Pothuizen blog

Over het blog.

Stukjes vanuit het hart, uit liefde voor de dieren, tegen onrecht of onfatsoen. Soms diepzinnig, een andere keer weer mag het kant noch wal raken. Niets is bedoeld om te kwetsen, maar puur om te vermaken of om over na te denken.

Neem ook eens een kijkje op mijn site.

http://www.marco-pothuizen.nl


Met vriendelijke groet,

Marco

De parachutist en Karel.

Gesprekken met overledenen.Posted by Marco Pothuizen Sat, June 10, 2017 18:35:39

Irma las in de streekkrant een stukje over een 'Romeinse dag' in Nijmegen waar werkelijk van alles te zien en te beleven zou zijn. Er zouden strijdtonelen zijn, oude ambachten, kraampjes en informatie over de Romeinen zelf natuurlijk.
We hadden verder niets in de planning en besloten daar naartoe te gaan.
Ik ken Nijmegen redelijk en las waar het werd georganiseerd. Een routeplanner was daarom overbodig.
We reden weg en hoe we ook zochten ik kon het niet vinden. Op een gegeven moment had ik er schoon genoeg van en besloot daarom huiswaarts te keren en de 'toeristische' route via Beek te nemen.

Beek kende ik vrij aardig, aangezien ik daar op een internaat heb mogen vertoeven. 's Middags had je altijd een uur pauze en dat uur benutte ik dan om het bos in te gaan. Vlakbij het internaat liep een beekje in een geul. Boven aan het pad stond een gigantische boom. Die boom trok me altijd enorm aan. Vaak ging ik er dan ook onder zitten, al mocht dat eigenlijk niet omdat het allemaal was afgezet.
Op een gegeven moment reden we langs een enorme steen. Irma kreeg meteen hoofdpijn en een stem begon tegen haar te praten.
Het bleek een overleden parachutist te zijn. We keerden om naar de steen. Nu zagen we dat het een oorlogsmonument was ter nagedachtenis van gevallen soldaten uit de periode van Market Garden.
Irma's hoofdpijn verdween en de soldaat wilde zijn verhaal aan ons vertellen.

“Ach ja, waarom ook niet. Die Romeinse dag vinden we toch niet meer.”

De para sprak: “Ons vliegtuig is uit koers gegaan. We wisten niet meer precies waar we vlogen. Op dat moment werden we door granaten van een anti air geschut getroffen.
Het vliegtuig was te zwaar beschadigt en ik kreeg bij die treffers granaatsplinters in mijn benen.
Ik had geen andere keuze dan te springen in een gebied dat de Duitsers toen beheersten.
Ik belande in een geul bij een beekje.”

Op dat moment zei ik dat ik waarschijnlijk wel wist waar dat zou moeten zijn. Inderdaad, op de plek waar ik in mijn jeugdjaren tijdens de pauze naartoe getrokken werd.
We besloten via een kronkelig onregelmatig pad er naar toe te gaan.
De geul was nog altijd even mooi, en de para wees exact naar de plek waar ik altijd zat.

“Mijn verwondingen waren te groot om nog te kunnen lopen. En ik was bang dat de Duitsers mij zouden vinden, dus ik besloot me te verstoppen. Daar ben ik toen later doodgebloed.”

Na zijn verhaal keerden we terug richting auto en kwamen toen langs een enorm oud kerkhofje.

Karel een overleden man die erg groot was meldde zich aan.
Het was een ruwe man in zijn woorden en had altijd hard gewerkt.

“Jullie moeten mijn moeder vinden! Ze ligt hier en ik wil nog wat tegen haar zeggen!”

Moeten? Dat klonk al niet erg grappig. Maar we hadden er al eentje geholpen vandaag, dus waarom geen tweede?
Er lagen aardig wat stenen. De meeste waren vies en sommigen bijna onleesbaar. Voor ons was het duidelijk geen grootse vorm van onderhoud. Best jammer want het lag erg mooi tegen de bosrand aan.
Na ruim 40 minuten zoeken vonden we het wel welletjes. Niks gevonden. Helaas. Dus we liepen weer richting auto. Karel bleef ons echter volgen. “Jullie moeten beter zoeken, ze ligt daar echt ergens!”

– “Ja hallo Karel! Nu is het welletjes! Als je haar wilt spreken dan ga je maar naar het Licht. Daar is ze namelijk al.”

Maar Karel was net zo star als groot. Zei niets, bleef meelopen, en stapte zelfs mee in de auto.
Op het moment dat ik de riem omdeed werd er een kaart in mijn hoofd geprojecteerd.

“Hee, dat is bizar, ik zie een kaart met een route.” vertelde ik Irma “Die ga ik volgen.”

Ik volgde exact elke aanwijzing op en kwam in straten die ik nog nooit had gezien of van gehoord.
U begrijpt het al, we kwamen precies uit bij de Romeinse open dag.
(Later heb ik op een kaart gekeken, en dat was de kortste route)
De grote Romeinse dag bleek een grote aanfluiting te zijn. Een paar lullig kraampjes, honderden kinderen en wat sullig kijkende figuranten. We waren er dan ook snel vertrokken.
Thuis aangekomen bleef Karel maar mokken en aandringen om terug te gaan. We negeerden hem, en hij vertrok.

's Avonds toen we nog geen 2 minuten in bed lagen verscheen Karel er weer.

“Jullie moeten echt terug!”

Nu was ik het zat. Ik vroeg Irma even een tunnel naar het Licht te maken, en deze opende zich spontaan naast Karel.
Nog voordat hij wat kon uitbrengen greep een enorme witte hand die zo groot als Karel zelf was hem vast en trok hem zo het Licht in. Daarop sloot de het portaal zich meteen.

“heheh, eindelijk rust.” zei ik nog.

– “Heb jij hem er in geduwd?” vroeg Irma?

“Nou nee, technisch gesproken niet. Tròk ik hem erin tegen zijn eigen wil. Maar eigenlijk is het dus een 'ja'.”

Een dag later verscheen Karel weer in de avond. Helemaal in het wit omgeven.

“Ik heb mijn moeder gevonden! “ zei hij blij. “Ze was inderdaad in het Licht. Jij bent mijn vriend!”

Hoe mooi sommige zaken soms lopen...



  • Comments(1)//blog.marco-pothuizen.nl/#post151

De deur die steeds vanzelf open ging.

Gesprekken met overledenen.Posted by Marco Pothuizen Sat, January 30, 2016 13:33:53


Alvorens hier een fatsoenlijke uitleg over gegeven wordt, zal ik u eerst even met wat andere informatie vervelen.

Mijn leven is niet bepaald doorsnee te noemen. Regelmatig gaan er bij mij lampen vanzelf aan en uit, verplaatsen voorwerpen zich, of besluit de tv dat het genoeg is geweest en springt dan op de 'stand-by'. Horloges geven andere tijden aan of stoppen met het aangeven van de tijd, en de accu van mijn auto loopt ook sneller leeg dan de bedoeling is. Horloges draag ik daarom niet meer. De klok in de woonkamer hangt er voor het gezellige 'tik-tak' geluid, maar heeft verder eigenlijk geen functie.

Het zij zo. Ik ben er ondertussen aan gewent. Hoe dat zo komt? Ach, ik ben een gezegend mens omdat er veel overleden mensen bij me zijn. Veel van hen waren ooit familieleden uit een of meerdere vorige levens. Daarnaast komen er ook oude vrienden, of onbekenden en zelfs vijanden op bezoek. Het geeft soms vreemde situaties. Situaties zoals hierboven beschreven.

De voordeur stond regelmatig open, terwijl ik 100% zeker wist deze goed te hebben dichtgetrokken. In de zomer kon me dat niet zoveel schelen, maar naarmate we richting herfst gingen, bleef het ritueel zich herhalen. De enige remedie was de deur op slot te draaien. Deed ik dat niet, dan kon je er een weddenschap op afsluiten dat ie weer een keer open zou staan. Ik vroeg op een gegeven moment aan Irma wie dat nu steeds flikte. En waarom? Het duurde even voordat ze zag wie ervoor verantwoordelijk was. Voor mij was het een verrassend antwoord.

“Ik zie een vrouw in een Duits uniform uit de tweede wereldoorlog met een kindje.” zei Irma, en haar gesprek met Helga begon.

“Ieder keer als jij thuis kwam, vluchtte ze naar buiten met haar dochtertje.”

Het verwarde me. Waarom gaat iemand mij opzoeken, en vlucht vervolgens weg?

“Jij was in een vorig leven Amerikaans soldaat, en hebt tegen de Duitsers gevochten. Maar ze ziet jou ook als iemand die haar naar het Licht kan brengen.
In de oorlog behoorde zij tot de 3700 Duitse vrouwen die gevangenen bewaakte. Dat deden ze met heel harde hand. Sommige vrouwen zijn er later ook voor veroordeeld. 21 van hen werden opgehangen. Zij wist dat ze fout was.
Helga's dochtertje was alles voor haar. Haar onzekerheid over hoe ik zou reageren, zorgde voor haar vluchtgedrag als ze bij je binnen was.”

Ah, kijk, daar kan ik wat mee. Toch blijft het knap dat ze dan mijn voordeur steeds wist open te gooien terwijl ze allang dood was.

Irma en Helga spraken nog wat met elkaar, en daarna zorgde Irma ervoor dat ze samen met haar dochtertje naar het Licht konden gaan.

Vanaf die dag is de voordeur gewoon dichtgebleven.

Meer weten over Irma en haar werk als medium/ paragnost? Neem dan een kijkje op www.geneotsa.nl





  • Comments(0)//blog.marco-pothuizen.nl/#post128

Josefien en haar 9 kinderen.

Gesprekken met overledenen.Posted by Marco Pothuizen Tue, November 17, 2015 11:15:10

Opeens was ze er. Zoals het vaak gebeurd dat mensen of dieren er ineens zijn. Aankondigingen kent men niet.

“ 'Fientje' noemde men mij.” toen ik vroeg wie zij was.
En zo begon een heel lief vrouwtje van ongeveer 34 jaar haar verhaal. Ze vertelde over haar zwaar katholieke opvoeding. Josefien werd van huis en vanuit de kerk ingeprent dat een echtgenoot altijd gehoorzaamd moest worden en deze eeuwig trouw verdiende.
'Fientje' hield zielsveel van haar man. Haar grootste wens was dan ook om hem een kindje te schenken.
“Keer op keer raakte ik zwanger. Echter ging het steeds mis. Achtmaal achter elkaar had ik een vroegtijdige miskraam in de derde maand. Werkelijk alles deed ik voor hem, om hem gelukkig te maken. Nadat ik voor de negende maal zwanger was verliet hij mij, omdat hij er niet meer in geloofde! In de deuropening zei hij botweg: “Een andere vrouw zal mij wel een kind schenken.”, en daarop trok hij de deur achter zich dicht om mij huilend alleen achter te laten. Ik was tot dan toe alleen maar bezig geweest met de zwangerschappen en besefte daardoor niet wat zijn liefde naar mij toe was.

Mijn negende zwangerschap liep ook op een vroegtijdige miskraam uit alhoewel de derde maand dit keer goed verliep. Misschien was deze miskraam wel het gevolg van al het verdriet en de ellende die hij mij bezorgd had.
Ik kon deze extra pijn niet meer aan. Mijn verdriet was gewoonweg te groot geworden om nog een uitweg te zien. Daarom besloot ik om zelfmoord te plegen.
Mijn zo streng gelovig opgevoede familie zag dit als een zware doodzonde.
Om die reden werden ik, en al mijn laatst gestorven kindje samen als straf en boetedoening op zogenaamde 'ongewijde grond' begraven.
Na mijn dood droeg ik dat als een zeer zware last.”

Na deze laatste zin te hebben uitgesproken door Josefien, gebeurde er iets totaal onverwachts in de kamer. Uit een plotseling groot licht dat zich openbaarde, verschenen kleine kinderen om Josefien op te halen.
Josefien zag al haar eigen gebaarde kinderen met de armen wijd open naar haar toe komen.
Hun liefdevolle omhelzing maakte het dat Josefien en de kinderen nu één werden.
Josefien huilde van blijdschap. Zo kon ze meteen haar gevoelens die ze ooit voor haar man droeg loslaten.
Daarop nam ze snel afscheid van mij en vertrok o zo gelukkig samen met haar kinderen naar het Licht.
Voor mij was het een van de mooiere bezoeken die ik me kan herinneren, en daarom wil ik dat graag met u delen.

Liefs Irma. www.geneotsa.nl

(Meer verhalen kunt u hier lezen)





  • Comments(1)//blog.marco-pothuizen.nl/#post118

Andrei en Maroesja

Gesprekken met overledenen.Posted by Marco Pothuizen Sun, August 30, 2015 16:39:32

Andrei en Maroesja.

Net voordat ik het licht wilde uitdoen, meldde zich een man en een vrouw aan.Hij droeg het uniform van het Russische leger uit de tweede wereldoorlog, en zij was gekleed zoals een plattelands meisje er in die tijd uitzag.
Andrei was een slanke vrij lange Rus. Hij liet zijn naam in mijn hoofd zien in het Russisch. Ik probeerde dat correct uit te spreken maar dat lukte me niet. Nadat Andrei liet horen hoe het uitgesproken moest worden kon ik het ook ineens. In vloeiend Russisch alsof ik nooit anders had gedaan. Hoe grappig.

De jonge vrouw genaamd Maroesja nam het woord.
“We zijn broer en zus uit een boerengezin. Toen de oorlog uitbrak nam Andrei dienst. Ik bleef bij mijn ouders op de boerderij.
Steeds dichterbij kwamen de Duitse troepen. We konden nog op tijd vluchten maar onze ouders zijn erg oud, en een lange reis maken zagen ze niet zo zitten. Ze wilden hun dieren en spulletjes niet achterlaten. Datgene waar ze hun hele leven hard voor gewerkt hadden.
Andrei kwam diverse malen aan ons vragen of we niet mee wilden naar de veilige zone diep in het hart van Rusland. Keer op keer namen we afscheid.

Uiteindelijk was de dag aangebroken dat de Duitse eenheden onze regio innamen.
Ze doorzochten alles, maar konden geen wapens of partizanen vinden. Daarom lieten ze ons verder met rust.
Andrei vocht intussen aan het front vele kilometers verderop.
De oorlog sleepte zich voort, en mijn ouders en ik probeerden zo goed en kwaad als het kon de boerderij te runnen. Af en toe kwam een Duitse soldaat langs om te vragen of we wat melk hadden of iets te eten. Velen van hen kwamen en vertrokken. Op eentje na. Zijn naam was Karl.
Karl was een rustige vriendelijke man. Ik had niet meteen door dat hij mij erg leuk vond.
Dat kreeg ik pas later door toen hij diverse malen terugkwam en in gebrekkig Russisch contact met mij probeerde te leggen.
Na een tijdje zag ik Karl niet meer als de Duitse vijand, maar als een man die onze taal niet beheerste en geen kwaad in de zin had. Hij deed erg zijn best om mij gunstig te zinnen.
Zo hielp hij mee op de boerderij, en deed het zware werk wat Andrei altijd deed.
Nu en dan bracht hij tot grote vreugde van mijn ouders iets lekkers mee.
Ook mijn ouders begonnen heel langzaam hun afkeer van alles wat Duits was te verminderen.

Maanden gingen voorbij. Onze band groeide en ik werd verlieft op Karl. Van Andrei hoorden we al die tijd niets. Behalve berichten dat de Duitse eenheden nu tot aan de rand van Moskou waren genaderd. Karl interesseerde het niet zoveel. Over de oorlog sprak hij zelden. Des te meer over “ons”. Hij liet weten uit het leger te willen en bij mij te willen blijven. In mij zag hij zijn toekomstige vrouw en geluk.

Twee totaal verschillende werelden die hier op mijn ouderlijke boerderij hun hart durfden te volgen. Geen vooroordelen over ras, geloof, of gedachten in materiële zin. Slechts twee mensen die ondanks de totale wereldse gekte er voor elkaar durfden te zijn.
Natuurlijk voelden we de afkeur van onze omgeving. Voornamelijk van de andere achtergebleven boerengezinnen. Maar Karl en ik hielden oprecht van elkaar, en we besloten ons door niemand te laten bepalen of we wel of niet ons hart mochten volgen.

Maanden gingen voorbij. Onze band versterkte zich. De oorlog begon een ommekeer te maken.
Het grote machtige Duitse leger moest zich steeds meer en meer terugtrekken.
Karl wist wat dit zou gaan betekenen. Dat hij weldra zou worden ingezet aan het front.
Samen met mijn ouders overlegden we wat we moesten doen. We besloten Karl te laten onderduiken.
Op een dag kwamen verschenen er Duitse officieren aan de deur. Ze zochten Karl.
We maakten hen wijs dat we hem al enige tijd niet meer hadden gezien. Dat hij met een eenheid mee was gegaan
De officieren geloofden ons niet. Ze doorzochten alle vertrekken, en zelfs de stallen.
Zonder Karl te hebben gevonden vertrokken ze weer. Indien ze hem zouden hebben gevonden, werd dat als verraad gezien en zou hij zeker gedood worden, met mij en mijn ouders erbij.
We zagen de komende weken steeds meer Duitse eenheden zich terugtrekken.
Onze regio werd weer Russisch gebied.
Hier was ik erg blij mee. Zo konden Karl en ik aan een toekomst gaan denken.”

Hierop nam Andrei het woord over van zijn zusje Maroesja.
“Ik had geluk dat ik in mijn eigen vertrouwde regio terechtkwam. Via via hoorde ik verhalen over een jonge Duitser die iets met Maroesja zou hebben. Maar dat kon ik gewoonweg niet geloven.
De regio had het zwaar te verduren gehad. De Duitsers hadden op hun terugtocht vele boerderijen in brand gestoken. Zo snel als ik kon haastte ik me naar mijn ouders en Maroesja. Daar zag ik tot mijn grote opluchting dat de boerderij gespaard was gebleven. Mijn ouders stonden in de deuropening. Maroesja wachtte mij op het erf op met een vreemde blonde man naast haar.
De verhalen waren dus waar! Zij was een relatie met een Duister, mijn aartsvijand begonnen!
Ik was blij mijn familie gezond en wel terug te zien. Maar dat gevoel werd verstoord door die vijand naast mijn zusje. Altans zo zag ik hem natuurlijk.
Ik verbleef enige tijd in mijn ouderlijke huis en leerde Karl een beetje kennen als een rustige eerlijke man die nooit soldaat wilde zijn, maar daartoe ooit werd gedwongen.
Een paar dagen later stonden er ineens Russische officieren en soldaten voor onze woning.
Eerst dacht ik dat ze voor mij kwamen. Dat ik te lang verlof had genomen. Maar ze kwamen voor Karl en Maroesja. De omgeving had haar roddels goed verspreid.
Karl en Maroesja werden gearresteerd.
De legerleiding vond dat ik hen mijn trouw moest bewijzen.
Als eis stelden ze dat ik Karl en Maroesja die ze nu als landverraadster zagen door destijds met een Duitse soldaat een relatie te beginnen zou fusilleren.
Het Russische leger kende ik die tijd geen pardon. Ik wist dat beiden zouden sterven, of ik ze nu wel of niet zou doodschieten. Indien ik zou weigeren zou ik zelf ook worden doodgeschoten.
Maroesja keek me aan en zie niets toen ik haar en Karl kwam ophalen met een paar andere soldaten.
Haar ogen spraken.

Op een verlaten plek legden we onze geweren aan.
Twee mensen die hun hart durfden te volgen, stierven hand in hand in een regen van kogels door een peloton waarover ik het commando moest voeren...”

Verhaal van Irma Motké www.geneotsa.nl



  • Comments(2)//blog.marco-pothuizen.nl/#post105

Yoyoshi

Gesprekken met overledenen.Posted by Marco Pothuizen Sat, June 20, 2015 20:15:48

Het is alweer een tijdje geleden dat Irma en ik naar de film 'Pearl Harbor' keken.De film was al enige tijd aan de gang, de hoofdrolspelers waren geïntroduceerd, en het waargebeurde doemscenario voor de vloot in Pearl Harbor zou zojuist gaan plaatsvinden. We zagen hoe talloze Japanse aanvalsgolven systematisch met een pijnlijke doeltreffendheid de schepen die voor anker lagen onder vuur namen en grote schade toebrachten. Luchtafweer was er nauwelijks van Amerikaanse zijde, en de Amerikaanse toestellen kregen geen kans om op te stijgen doordat de vliegvelden bestookt werden. Slechts een enkele soldaat wist het vuur te beantwoorden.

De verliezen aan Japanse zijde waren dan ook te verwaarlozen.

Ineens voelde ik een koude windvlaag naast me. Die koude temperatuur bleef hangen, wat voor mij maar een ding kan betekenen.
“Wie staat er naast mij?” vroeg ik Irma.
Ze keek, en vertelde dat het een Japanse piloot was. Al snel raakte ze in gesprek met hem.
-”Hij heet Yoyoshi.” zei Irma. Hij deed destijds mee aan de aanval.
“Ow, dat is wel bijzonder.” zei ik. “Hoe heeft hij het ervaren?”
Yoyoshi vertelde dat hij het schip wist te torpederen, maar daarbij zelf ook geraakt werd.

Mijn vliegtuig werd zwaar beschadigt. Zelf was ik ook geraakt door stukken granaatscherven.” vertelde hij rustig.

Op dat moment liet hij mij voelen waar hij geraakt was. Aan mijn linkerzijde voelde ik de drie plekken waar de scherven zijn lichaam waren binnengedrongen.

Ik zou het vliegdekschip nooit meer kunnen bereiken, en aan een overgave dacht ik niet. Daarom stuurde ik mijn vliegtuig op het schip af, waar ik tegen te pletter sloeg. Een mooie eervolle dood, vond ik toen.”

“Dus eigenlijk was je de allereerste kamikaze piloot?” vroeg ik hem.

Hij lachte. “Ja, zo zou je het ook kunnen zien.” zei hij.

“Hoe kijk je er nu op terug?” wilde ik nog weten.

Wij hadden geen keus. We moesten wel.”

Ik begreep hem, en knikte.
Samen met Yoyoshi keken we de film af, waar het chauvinisme vanaf droop. Jammer.
Daarna namen we afscheid van een bijzondere man; Yoyoshi, de eerste kamikazepiloot van Japan tijdens de tweede wereldoorlog.

Meer weten over de mogelijkheden van gesprekken met overledenen?
kijk dan op; www.geneotsa.nl







  • Comments(3)//blog.marco-pothuizen.nl/#post99

De vermoorde apotheker.

Gesprekken met overledenen.Posted by Marco Pothuizen Tue, May 12, 2015 21:46:54

Plots stond hij daar voor ons. Een slanke man met kleren die duidelijk niet van onze tijd zijn.
“Wie ben jij? “ vroeg Irma hem. “Wat kan ik voor je doen?”
-“Ik ben hier voor Marco.” antwoordde hij vriendelijk. “Om mijn excuses aan te bieden toen ik hem de medicijnen voor zijn kinderen weigerde te geven.”

Het moet zich in een periode rond de middeleeuwen hebben afgespeeld. Ik trok met een soort houten kar van dorp naar dorp, van stad naar stad. Daar toonde ik de mensen wat kleine goocheltrucjes, vertelde hen een mooi verhaal, en maakte met de kleine kinderen een beetje muziek om zo wat inkomsten of voedsel te verkrijgen.
Mijn vrouw was na de geboorte van ons kindje gestorven.
Veel kans op een baan had ik niet, en daarom besloot ik wat van de wereld te gaan zien met ons kleine dochtertje.
Maar tijdens mijn 'wereldse reis' stootte ik op aan hun lot over gelaten kleine kinderen.
Kinderen die waren uitgekotst door de harde maatschappij, of wees waren. Het maakte mij niet uit. Voor mij waren ze allemaal heilig en behandelde hen allen gelijk.
Ik vertelde hen wie ik was en beloofde hen zo goed als ik kon te verzorgen in ruil voor af en toe een optreden. Zo was ik ineens 'vader' van niet een maar zes kinderen.
Natuurlijk was het een strijd van overleven, maar voor hen was dat nog altijd beter dan in de goot te moeten bedelen, of te worden misbruikt door vieze dronken mannen. Iedere dag verdeelden we het eten netjes onder elkaar.
Ik hield van hen, en zij zagen mij nu als hun vader. Dat deed mij goed. Mijn vrouw zou zeer trots op mij geweest zijn.

Na een paar jaar te hebben rondgetrokken werden ze binnen een paar dagen ernstig ziek. Misselijk, overgeven, hoge koorts, en buikpijn.
Waar de ziekteverschijnselen vandaan waren gekomen wist ik niet. Eerlijk gezegd hield ik mij daar niet zo mee bezig. Het enige dat belangrijk was, was dat ze snel beter zou worden.
In de stad aangekomen haastte ik me naar de apotheker.
Natuurlijk was de kennis in die tijd naar hedendaagse maatstaven absurd te noemen, maar het was het enige dat we hadden.
Voor de toonbank stond ik met mijn zes doodzieke kindjes, die stonden te trillen op hun benen.
“Ze zijn ziek. Help hen alsjeblieft.”
Uit mijn zak haalde ik mijn 'hele vermogen', en legde het neer op de toonbank. “Meer heb ik niet.” zei ik.
-”Dat is niet genoeg!” antwoordde de apotheker met verheven stem. “Ik heb niets met je kinderen te maken. Eruit!”
Vol ongeloof keek ik de man aan. Toen ik me omdraaide en de intens verdrietige gezichtjes zag, zei ik dat ze naar de kar naar buiten moesten, en daar moesten wachten. Ondertussen veegde ik met mijn handen de muntjes bij elkaar, en stak ze in mijn zak.
Ik wilde nog een laatste keer vragen of hij de kinderen wilde helpen, maar daar kreeg ik geen kans toe. Kennelijk voelde hij al aan dat ik die vraag zou stellen.
“Kom maar terug als je genoeg geld hebt.” zei de apotheker op een sarcastische toon.
Op dat moment knapte er iets in mij. Zonder echt na te denken trok ik mijn mes dat ik altijd onder mijn jas droeg, en stak hem in zijn borst. Slechts een zacht gereutel was het enige dat de apotheker nog kon uitbrengen alvorens hij achter de toonbank dood neerviel.
Zo snel als ik kon, greep ik naar de medicijnen die op de toonbank lagen waarvan ik niet eens wist welke uitwerking ze zouden hebben.
Heel rustig verlieten we stad. Immers, niemand zou een man met kleine kinderen om zich heen als moordenaar zien.
Een paar uur laten bij een beekje namen ze 'hun medicijnen' in.
Of de kinderen zich een paar dagen later herstelden door de wonderlijke pillen hebben we nooit kunnen achterhalen.

Dit was eigenlijk wel een zeer bizar gesprek te noemen. Een man die je bedankt dat je hem vermoordde, zodat hij later na zijn dood kon inzien hoe verkeerd hij als levend mens handelde.

Zijn oprechte spijt en excuus aanvaardde ik natuurlijk.


--Mocht u informatie van een overleden persoon willen hebben, dan kunt u met Irma Motké contact opnemen. www.geneotsa.nl --




  • Comments(1)//blog.marco-pothuizen.nl/#post90

De twee whizzkids.

Gesprekken met overledenen.Posted by Marco Pothuizen Wed, April 16, 2014 22:20:49

Twee whizzkids.

‘Nova Zembla’ was onze laatste bioscoopfilm die we gezien hadden. Een verhaal over de Nederlandse expeditie richting het noorden, om daar een nieuwe handelsroute te vinden naar het verre Oosten.
Indrukwekkend werd weergeven hoe Willem Barentsz met de gehele bemanning vast kwam te zitten in het pakijs, en moest zien te overleven. Gruwelijk die koude daar. Je moet er maar zin in hebben om aan zo`n reis te gaan deelnemen.

En paar dagen later lagen Irma en ik nog wat na te praten in bed, toen we opeens het getik hoorden van vingers die razendsnel over een toetsenbord van een pc gingen.
Het geluid kwam duidelijk uit het kamertje ernaast.
“Heb jij de computer niet uitgezet?”
-“Jazeker wel.” antwoordde ik.
Irma stond op en ging in de deuropening kijken. Daar zag ze twee overleden jongetjes van een jaar of acht druk in de weer op de computer. Ze hadden het zo druk dat ze haar niet eens bemerkten.
“Ach ja, laat ze maar.” zei ze. Ze trok de deur achter hen dicht en kroop onder een dekbed waar een prinsesje jaloers op zou zijn.

De volgende ochtend wilde ik even wat internetten. Dat kon ik dus grotendeels vergeten. Veel programma’s deden het slecht of niet, mappen waren verplaatst en zelfs een wachtwoord deed het niet meer.
“Godver! Hebben die twee apen de boel flink door elkaar gegooid.” Na ruim 45 minuten was de boel weer hersteld en kon die dag zonder problemen het internet gebruikt worden.
Het ritueel herhaalde zich die avond. We lagen er nog niet in of het ‘tikkekektikketikke tik’ kwam weer uit de kamer ernaast.
Irma stond wederom op en liep er naar toe.
-“Zeg even dat ze de boel niet weer in het honderd moeten sturen.” riep ik nog.
“Ze hebben een energieschildje om hen heen gegooid.” antwoordde ze. “Nou ja zeg.”
Dat werd me te gortig en stond op. Beide mannekes kregen een lesje in beleefdheid.
Ik verwijderde hun krachtveld en plaatste hen op een prachtig mooi stuk land dat bestond uit zand, stenen, veel ijs en koude wind. Precies de plek die we in de bioscoop hadden gezien.
“Wat heb je met ze gedaan?” vroeg Irma.
-“Maak je maar geen zorgen, ik haal hen zo terug. Dan kan je even lachen.”
Na een half uurtje waren ze er dan ook weer.
-“En hoe vonden ze hun reis?” vroeg ik aan Irma.
“Ze hadden het gruwelijk koud. Staan hier te rillen. Waar heb je ze naartoe gestuurd net?”
-“Nova Zembla.” lachte ik heel zachtjes. “Als ze beloven niets meer op de pc in de war te gooien, dan mogen ze erop blijven spelen. Anders gaan ze de volgende keer veel langer met Zembla kennis maken.”
De twee whizzkids beloofden dat klappertandend meteen zo plechtig mogelijk als ze konden.

Vanaf die tijd heeft de computer dan ook geen vreemde kuren meer gehad.

Meer weten over Irma en haar werk als medium/ paragnoste? Kijk dan op www.geneotsa.nl





  • Comments(0)//blog.marco-pothuizen.nl/#post19

De Joodse familie

Gesprekken met overledenen.Posted by Marco Pothuizen Mon, March 24, 2014 23:16:31

De Joodse familie.

Dit verhaal plaatsen we omdat we deze belofte deden aan degenen die ons hun verhaal deden, en daarmee een diepe indruk achterlieten.

Het is een verhaal uit de 2de wereldoorlog over de gruwelijkheden uit een concentratiekamp waar medische experimenten werden uitgevoerd.

Irma en ik lagen krap enkele minuten in bed. De temperatuur daalde snel enkele graden. Wat voor ons een overduidelijk teken is, dat we bezoek hebben van overledenen. Irma had meteen contact met hen.

Een familie stelde zich voor. Joodse slachtoffers uit de 2dewereldoorlog. Heel beschaaft waren ze. Ze wachtten hun beurt af, en lieten elkaar netjes uitspreken. Vader, moeder, twee broertjes (een tweeling), hun zusje, en een meisje dat geen familie was, maar er wel bij stond omdat ook zij slachtoffer was van een experiment.

Ieder van hen had zo zijn eigen gruwelverhaal. Nu weet ik zelf eigenlijk vrij veel van de periode 1933-`45, maar dat van de tweeling en het meisje kende ik nog niet tot in die details die zij ons gaven.

Duitsland heeft in de jaren 1940-`45 proeven gedaan met mensen. Meestal werden daar Joden uit de concentratiekampen voor gebruikt. Er was toen een speciale afdeling opgericht die zich alleen maar bezig hield met tweelingen. De artsen onderzochten allerlei effecten op hen; Wat er zou gebeuren als er eentje werd geslagen, of verwond werd. Zou de ander dat dan op afstand voelen, of op andere wijze bemerken? Zo werd door de beulen het ene broertje genadeloos gemarteld, terwijl het andere broertje aan een kruisverhoor werd onderworpen in de kamer ernaast. "Ik kon het schreeuwen van mijn broertje horen. Door de enorme psychische druk noemde ik uiteindelijk alle lichaamsdelen op waar ze hem zouden raken, om zo het slaan op mijn broertje te laten stoppen." Tevergeefs.

Nadat deze test als 'niet werkend, en onbetrouwbaar' werd afgedaan, sneden ze zonder het te zeggen het geslagen broertje in stukken, en voerden zijn lichaam aan de honden. Daarna werd de vraag herhaald of hij iets bij zijn broertje had gemerkt...Het antwoord was uiteraard: “Nee”, en daarmee bezegelde hij zijn lot.

Hun zusje meisje kwam aan het woord. “We werden als proefdieren met een andere groep meisjes en jonge vrouwen in een speciale barak gehouden. Mooie netjes opgemaakte bedden. Steriele omgeving. Schone kleding. Zoals een verpleegzaal eruit hoort te zien. Iedereen in de zaal kreeg dezelfde medicijnen toegediend. Het waren pillen die de menstruatie moesten uitstellen of voorkomen. Enorme buikpijn kregen we ervan, die bestond uit ontstekingen als bijwerking, maar het werkte wel bij sommigen. Omdat ik zo`n enorme buikpijn had, wilden de artsen weten waaraan dat lag. Ik werd geopereerd. Zonder verdoving...want dat was te duur in de ogen van de artsen. “Nadat alles was `opengelegd`, en de artsen hadden gezocht naar de mogelijke oorzaak van die pijn, werd ik zonder dicht genaaid te worden op bed terug gelegd. Ik had geen verdere waarde meer en zo lieten ze mij sterven…"

Het andere meisje begon daarop haar verhaal: “Mijn huid was mooi en strak. Ik werd levend gevild. Ze trokken de huid zonder verdoving van mijn rug. Er werden lampen kapjes van gemaakt…De lampjes kwamen bij een officier van het kamp op zijn bureau te staan. Hij was er erg trots op dat hij als enige zulke mooie lampjes had. Hij pochte ermee naar de andere officieren.

“Jullie moeten deze verhalen naar buiten brengen!” zei de familie toen. “Iedereen moet weten wat er gaande is.”

Ze hadden nog niet door dat de oorlog allang was afgelopen, dus ik vertelde het hen. Echt begrijpen deden ze dat niet in eerste instantie. Voor hen was het nog steeds 1944. Vreemd soms hoe tijden door elkaar lopen. Nu ze hun verhalen kwijt konden, hadden ze allemaal hun rust gekregen als het ware, en waren ze klaar om naar het Licht te gaan. Irma hielp hen daarbij, en zo vertrokken ze, weer herenigd als één familie samen met het meisje.

Voor Irma was dit één van de minst leuke ervaringen. Veel van wat hen was overkomen, voelde zij deels, maar toch liet zij hen hun verhaal vertellen.

Meer weten over vorige levens, en gesprekken met overledenen? Ga dan naar de site van Irma; www.geneotsa.nl

@Marco Pothuizen











  • Comments(1)//blog.marco-pothuizen.nl/#post8